Bobby McFerrin mist happiness bij einde concert in Muziekgebouw Eindhoven

“The voice gets to the soul of a person more than any other instrument. Because it’s the voice. It sings talks, it cries, it laughs, it squeals, it barks, it shouts it whispers, There is no other instrument that can do that. We’re born with it.”, aldus Bobby McFerrin op zijn website. Een waarheid als een koe, en net als stemgoochelaar Al Jarreau weet McFerrin als geen ander van zijn stem gebruik te maken. Donderdagavond trad hij op voor een slechts voor de helft gevuld Muziekgebouw Eindhoven. Een schande, want McFerrin behoorde niets minder dan een stijf uitverkochte zaal te krijgen. Het mocht hem niet deren, en hij beroerde zijn stembanden als zong hij voor een uitverkochte zaal.

Dat men bij de naam Bobby McFerrin niet snel een ander nummer dan dat ene kan opnoemen is niet zo vreemd. De zanger had slechts één hit in 1988 en legde zich daarna toe op het dirigeren van klassieke muziek. Met hier en daar een jazzconcertje. Maar niet te veel, want McFerrin wilde zich lekker breed oriënteren. En toen de ziekte van Lyme opstak, moest de inmiddels 69-jarige zijn tijd al helemaal verdelen.

Met het peaceteken kwam de zanger op in Eindhoven, na North Sea Jazz en het Concertgebouw het derde concert van de zanger dit jaar op Nederlandse bodem. McFerrin rekte direct de stembanden op en liet al scattend horen waarvoor de goede man het waard was om te bezoeken. Dat Bobby zijn beste nummers meenam, was al snel duidelijk toen hij als derde nummer de klassieker ‘Joshua’ zong, begeleidt door zijn combo, bestaande uit toetseniste Gil Goldstein, bassist Jeff Carney en drummer (soms aangevuld metmulti-instrumentalist David Mansfield), dat niet afweek van hoe een traditioneel jazzcombo behoort te zijn.

Bobby McFerrin vloog in Eindhoven muzikaal van links naar rechts, van jazz naar bluezy ballads, folk of gospel, maar liet voornamelijk zijn stembanden golven door het voormalige Frits Philips Muziekcentrum. Met een min of meer gespeeld vocaal gemak dat al zittende op een stoel duidelijk gekenmerkt werd door zijn fragiele, breekbare overkomen door zijn slopende ziekte.

Gedurende het optreden werd meer en meer duidelijk dat McFerrin graag meer wilde dan hij aan kon. Met zijn vocale kwaliteiten bleef hij in combinatie met zijn innemende persoonlijkheid op niveau, maar uitzonderlijk werd het niet meer. Daarvoor speelde de leeftijd en de gezondheid toch te veel parten.

Het had niet veel gescheeld of McFerrin was priester geworden, maar gelukkig voor de muziek trouwde hij en kreeg hij drie kinderen. Gelukkig, want had hij die andere keuze gemaakt, was ons dik twintig solo albums en tientallen samenwerkingen gemist gebleven. Uit zijn uitgebreide repertoire putte hij dan ook wijds uit in het Zuiden van ons land. Zo maakte hij meermalen gebruik van de zangkunsten van het publiek om zijn melophonische zangkwaliteiten aan te vullen. En dat werkte wonderbaar sterk in Eindhoven, zoals bij U2’s ‘Still havent found what I’m looking for’. Het moment werd gevolgd door één van de spaarzame momenten dat McFerrin ook echt opstond en danste, de toon aangevende met zijn dans. Aan zijn humor lag het dan ook zeker niet.

Toen McFerrin een tweede microfoon tevoorschijn haalde en deze aanbood aan het publiek, stonden twee dames en een man spontaan op om met de Amerikaan respectievelijk ‘Blue Moon’ en twee losse improvisaties ten gehore te brengen. Gedurfd maar geslaagd. Het toonde de kracht aan van jazz in het algemeen. Die jazz was dan ook de rode draad door de gehele voorstelling. Hier en daar een aanverwant uitstapje, een gebbetje en een praatje, want met ‘Don’t worry, be happy’ als grote hit kan je niet sikkemeurig zijn.

Hoewel…

Als een concert zo vlotjes verloopt, je lekker in je vel lijkt te zitten en het muzikaal allemaal in orde is, zou een toegift toch je grote hit moeten zijn, nietwaar? Neen, McFerrin kwam na een korte aftocht en een staande ovatie terug op het podium voor een, zo het leek, meer dan verdiende toegift. En die toegift maakte van het geweldige concert een ongemakkelijk aanvoelend afscheid tussen de zanger en zijn publiek. “Thanks for having me here, you can ask me some questions. No requests, just questions.”, kondigde McFerrin zijn aarzelende publiek aan. Toen er geen vragen kwamen gaf de zanger antwoord op twee ongestelde vragen: “Do you live in San Francisco, yes. Do you have kids, yes. Anyone else?” Waarna de onvermijdelijke vraag kwam. “Can you sing ‘Don’t worry, be happy for us?”, beantwoord door McFerrin met “That’s not a question but a request.” Een vraagje met antwoord over een masterclass in New York en 3 hele seconden “Tu tu tu tut ut u don’t worry, be happy.”, en de man strompelde  chagrijnig  het toneel van het Muziekgebouw Eindhoven af. Einde, het publiek perplex, overrompeld en verslagen achterlatend. Met het relatief weinige aantal concerten dat de goede man door de jaren gaf en geeft, lijkt het vrij onmogelijk dat hij het 31 jaar oude nummer zo zat zou zijn dat hij zijn enige hit niet meer wenste te zingen. Aan het publiek, de muzikanten en de geweldig klinkende zaal had het ook niet gelegen. Wat de reden van een plots opkomende antipathie jegens zijn eigen hit was, zal ook na een geweldig concert een raadsel blijven.

Foto’s Perrin Oubrie