Winter Jazzfest zet de toon voor internationale jazzfestivals

Zo ongeveer iedere grote jazzstijl van de afgelopen slordige 80 jaar vond zijn oorsprong in het mekka van de jazz: New York. Ook nu is The Big Apple een broedvijver van talent en een constante inspiratiebron voor oudgedienden. De stad biedt een schat aan fameuze jazzclubs waar je iedere avond wel kunt luisteren naar grote namen en de helden van morgen. Daarnaast biedt New York met het Umbria Jazz Festival, het Django Reinhardt NY Festival en Winter Jazzfest een aantal van de belangrijkste jazzfestivals ter wereld. Laatstgenoemd festival wordt ieder jaar gehouden in de eerste helft van januari. Hier kan de jazzfanaat zijn hart ophalen aan veelbelovende talenten en de nieuwste projecten van gelouterde cats, terwijl ook boekers van internationale jazzfestivals en jazzclubs Winter Jazzfest beschouwen als een belangrijke graadmeter voor hun programmering. Jazzzine woonde tijdens de eerste vier avonden van de 14de editie van Winter Jazzfest een dik dozijn concerten bij.

In acht dagen tijd traden ruim 130 acts op, verdeeld over elf podia in Greenwich Village en The East Village in Manhattan. Het festival kenmerkt zich door twee marathon avonden op vrijdag en zaterdag waarbij je al clubhoppend jezelf tegoed kunt doen aan livemuziek. Daarnaast is er altijd een Artist in Residence, een eer die dit jaar te beurt viel aan de Amerikaanse fluitiste en componiste Nicole Mitchell. Daarnaast waren er discussiepanels over actuele thema’s als gender, immigratie en protest in jazzmuziek. Met een omvangrijk programma, afwisselende zaalgroottes en soms flinke afstanden tussen de verschillende podia, ontkom je er bijna niet aan dat je een gewenst concert niet meer haalt en voor een volle zaal staat. Flexibiliteit en een open mindset zijn daarom gewenst. Dan ga je gewoon naar een andere locatie en slenter je lekker rond door de straten van de villages waar je je op tientallen plekken tegoed kunt doen aan eten en drinken.

Britse showcase

Directeur van Winter Jazzfest Brice Roosenbloom opende het festival in Le Poisson Rouge. Een club vergelijkbaar met het Rotterdamse BIRD of het Haagse Paard van Troje, gehuisvest in Bleecker Street op de plek van de vroegere nachtclub The Village Gate waar illustere namen als Miles Davis, The Velvet Underground en Jimi Hendrix optraden. De openingsavond stond in het teken van een Britse showcase met veelbelovend talent, gehost door de invloedrijke dj en platenbaas Gilles Peterson. Zanger, gitarist en componist Oscar Jerome trapte de avond af met zijn vierkoppige band. Met een lome stem à la singer-songwriter Jack Johnson en puntig gitaarspel leunde Jerome op een combinatie van soul en funky hip hop grooves die vaak met succes teruggreep naar het authentieke acid jazz geluid van de eind jaren 80 en begin jaren 90.

Na Jerome was het de beurt aan de Brits-Bahreinse trompettiste Yazz Ahmed die met behulp van elektronica en Arabische invloeden een futuristisch tintje gaf aan haar jazzmuziek. De speelkwaliteit van Ahmed en haar muzikanten ten spijt miste het optreden drive waardoor het wat voortkabbelde. Die drive zat wel in het optreden van saxofoniste Nubya Garcia, een steeds groter wordend begrip in de Londonse jazzscene. Vanaf de eerste noot gooide de saxofoniste meteen de remmen los: op briljante wijze fuseerde Garcia haar eigen stijl met overduidelijke invloeden van John Coltrane en Sonny Rollins. De Britse zocht de grenzen op tussen progressieve jazz en dikke grooves. Dat deed ze met een begeleidingstrio waar de vonken vanaf vlogen, met een glansrol voor de fenomenale drummer Femi Koleoso. Een verpletterend optreden.

Laatblijvers konden dansen op de afsluiter The Comet Is Coming. Een trio onder aanvoering van een van de beste saxofonisten uit Engeland van dit moment: Shabaka Hutchings. Op een bed van opvallende soundscapes raasden er spannende ritmes voorbij waar overheen Hutchings indrukwekkend liep te blazen. Je zag de muzikanten elkaar uitdagen om het uiterste te geven. Maar hoewel ze een puik stukje vernieuwing neerzetten, was het Nubya Garcia die de Britse showcase stal als dé grote verrassing.

Hyper

“Fuckin’ one! Fuckin’ two! Fuckin’ three! Fuckin’ four!¨ Zo tikte de met een opzichtig grote gouden ketting behangen drummer Louis Cole het begin van de volgende avond in Le Poisson Rouge nonchalant af om vervolgens hyper los te barsten in een beukende set met zijn groep KNOWER. De Californische band die naast Cole werd opgericht door de flamboyante zangeres Genevieve Artadi knalde op het podium met een geraffineerde mix van elektronische pop vol met jazz en funk invloeden. Met een constante snelvaart verraste het vijftal met catchy melodieën, verrassende arrangementen en spannende baslijnen van de beestachtige Sam Wilkes. In een heel andere setting was het 13-koppige feel good blazersgezelschap No BS! Brass Band uit Virginia. En hoewel het wemelt van de brassbands, vallen deze groepen vaak terug op het authentieke geluid van New Orleans. En daar is niks mis mee. No BS!

Brass Band tilde de muziek naar het niveau waar New Orleans het soul en funklandschap van James Brown, de rauwheid van Cream en de pop van Michael Jackson ontmoette. Daardoor klonk de performance uniek en organisch. De No BS! Brass Band speelde overwegend origineel werk, maar verraste ook met een fraaie popcover van Tears For Fears’ Everybody Wants To Rule The World met uitstekende vocalen van gastzangeres Sam Reed. Het contrast was groot met My Brightest Diamond, de artiestennaam van zangeres en multi-instrumentaliste Shara Worden. Na de swingende eerste twee acts veranderde de fascinerend ogende Worden de sfeer met ingetogen kamermuziek gevuld met invloeden uit pop, rock en klassiek. Weliswaar opvallend en bij vlagen een intrigerend optreden vol diepe lagen, het kostte nu en dan tijd om te schakelen na de denderende sets van KNOWER en No BS! Brass Band.

De immer productieve en creatieve José James gaf de allereerste live performance van zijn project Lean On Me: José James Celebrates Bill Withers. Zijn constant wisselende uiterlijk had nu wat weg van Prince in zijn laatste levensjaren, met een vette afro, ronde zonnebril en vintage seventies kleding. James stopte zijn ziel en zaligheid in de overbekende songs van Withers. Opvallend was dat hij dit keer slechts minimaal zijn kenmerkende freestyle scats etaleerde en vooral ruimte gaf aan zijn warme croonende stem. En dat bleek maar goed ook. Want ondanks zijn uitstekende scatkwaliteit, bleek dat aspect niet altijd te werken in Withers´ liedjes. Zijn werk kun je beter zoveel mogelijk intact laten. Het is de enige kanttekening bij een verder machtig optreden waarin James werd begeleid door een krankzinnig kwartet met de grandioze drummer Nate Smith en de excellerende gitarist Bradallan Williams.

Experimenteel

The New School vormde een van de locaties tijdens de eerste marathonavond. Een particuliere universiteit met zeven hoofdfaculteiten, waaronder drama, design en jazz. Daar werd de bezoeker uitgedaagd voor optredens met een experimenteel karakter. Gitarist Marc Ribot (Tom Waits en Elvis Costello) paste daar goed in, aangezien hij sinds de jaren 70 al alle kanten opvliegt; van avant-garde tot punk en van klassiek tot free jazz, hij doet het allemaal. Tijdens Winter Jazzfest liet hij zich opnieuw van een andere kant zien. Met zijn project Songs of Resistance, dat later dit jaar op plaat verschijnt, kwam de activist in Ribot naar voren.

De gitarist maakt zich zorgen over de tijden waarin we leven en dook daarom in de geschiedenis van de verzetsmuziek waarin hij songs over mensenrechten en het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog ontdekte. Sommige daarvan speelde hij, andere gebruikte hij als inspiratie voor zijn eigen liedjes. De songs klonken folkloristisch en bevatten gedreven percussiewerk. Met overtuiging toonde Ribot wederom zijn veelzijdigheid. De in Nederland relatief onbekende fluitiste en componiste Nicole Mitchell nodigde het publiek uit voor een ode aan Gwendolyn Brooks, de Amerikaanse dichteres en schrijfster die vorig jaar 100 zou zijn geworden. Dat deed ze met muziek en spoken word. Jammer genoeg blijft de fluit toch een lastig instrument binnen de jazz. Het is niet luid genoeg, alsof het zich verstopt.

Mitchell klonk ook af en toe wat verdwaald, terwijl ze op andere momenten weer de aandacht trok met een schuimend geluid. Soms hield ze een toon indrukwekkend lang vast, de andere keer fladderde ze als een vogeltje rond. Hoewel fascinerend, was het optreden niet heel toegankelijk. Ook al ken je werk van Mitchell en/of Brooks, het was doorbijten met deze spirituele free jazz/avant-garde performance. En dat stond los van haar prima band die pas in het laatste nummer alle ruimte kreeg om te swingen op een aanstekelijke pianomelodie die extra cachet meekreeg door een danseres die met sierraden om haar enkels ritmisch op de muziek meedanste.

Extremen

Drumfanaten konden hun lusten beproeven bij Antonio Sanchez. Dit jaar greep Sanchez, die afgelopen jaar uitgebreid tourde met Pat Metheny, naast de Grammy voor zijn laatste album Bad Hombre. Drie jaar eerder won hij het felbegeerde beeldje voor de soundtrack van de film Birdman. Bad Hombre is zijn meest experimentele plaat tot nu toe. Met zijn groep Migration gaf hij in Le Poisson Rouge een live impressie waarin hij duidelijk de extremen opzocht. De spanning tussen Sanchez en zijn toetsenist John Escreet was intens. Escreet gebruikte zware munitie van distortie, terwijl tegelijkertijd vrij gecompliceerde jazzpatronen waren waar te nemen. Sanchez zelf antwoordde in die aanvallen met gespierd slagwerk maar ruilde de robuustheid ook in voor ingetogen partijen die het veelzijdige talent van Sanchez etaleren. Net zo goed waren er ook zoektochten, geaccentueerd door de loepzuivere vocalen van zangeres Thana Elexa.

Het optreden van Antonio Sanchez was niet makkelijk, maar de diversiteit en improvisaties maakten dit concert juist tot een waar huzarenstuk. In het schuin tegenover Le Poisson Rouge gelegen The Bitter End – waar internationale grootheden als Bette Midler, Bob Dylan en Tori Amos vroeg in hun carrière optraden – startte op de tweede marathon avond het uit Charleston, South Carolina afkomstige kwintet Ranky Tanky. Al na 2 minuten zat de sfeer zit er goed in. Blikvanger en zangeres Quiana Parlers gospelvocalen dropen uit de microfoon. Opvallend detail waren de in Gullag gezongen teksten, een West-Afrikaans dialect vermengt met Engelse woorden. Net zo goed imponeerde haar collega Charlton Singleton met jazzy trompet en doorleefde zang die mooi kleurde met die van Parler. Gitarist Clay Ross zorgde voor een rauwe bluesy feel terwijl de ritmesectie voor het R&B gehalte zorgde. Het geheel swingde, maar ontroerde ook met schitterende gospels. Een origineel en authentiek geluid met Afrikaanse invloeden. Later op de avond liet ook de Franse drummer Guilhem Flouzat een goed gevoel achter met zijn trio. Flouzat speelde nummers van zijn laatst album A Thing Called Joe. Het geluid van dit drietal klonk opwindend, verfijnd en elegant tegelijk. De groep nam je 60 jaar mee terug in de tijd. Een klasse apart, op enig moment aangevuld met de alsmaar populairder wordende New Yorkse zangeres Becca Stevens die met haar hypnotiserende warme stem het podium opkroop voor een gastrol.

Teleurstelling

Toch kon er ook teleurstelling optreden. In The Bowery Ballroom, een soort van als schoolaula ogende concertzaal met ruimte voor ongeveer 500 bezoekers, stond vlak na middernacht Thundercats broer Ronald Bruner Jr. geprogrammeerd voor een optreden. De credits van de uit Los Angeles afkomstige drummer liegen er niet om met namen als Wayne Shorter, Lee Ritenour en Marcus Miller. En over zijn drumkwaliteiten valt niet te twisten: al in het eerste nummer gaat Bruner Jr. los met fabelachtig slagwerk. Maar dan krijgt de show een opmerkelijke wending: Bruner Jr. neemt de zang over van zijn gitarist. En daar gaat het faliekant mis. De Amerikaan heeft totaal geen controle over zijn stem. Hij leidt de aandacht van de opzwepende funk af met zanglijnen die ergens in de richting van een imitatie van Bruno Mars gaan, maar nergens maat houdt. Met als gevolg dat het optreden al na drie nummers verzuipt van ellende. Zonde, want Bruner Jr. is een drummer van formaat. Alleen moet hij verder zijn mond dichthouden.

Het is slechts een kleine greep uit een boeiend programma waarin keuzes moesten worden gemaakt. Want tijdens Winter Jazzfest traden dit jaar ook mooie namen op als Buika, Mark Guiliana, Ravi Coltrane, Aaron Parks, James Carter, Rohey, Theo Croker, Nicholas Payton en nog vele anderen. Daarnaast vond er een tribute show plaats voor de vorig jaar overleden pianiste en componiste Geri Allen met een all-star bezetting waarin onder andere Dee Dee Bridgewater, Esperanza Spalding en Jack DeJohnette deel van uitmaakten. Winter Jazzfest is zonder meer een pareltje onder de jazzfestivals. Een bruisend event in hartje New York met de nieuwste kruisbestuivingen in jazz. Het moet raar lopen, wil een flinke reeks acts niet te bewonderen zijn op de aankomende internationale jazzfestivals.

Foto (c) Eric van Nieuwland