Dr. Lonnie Smith laat de muziek het werk doen

Wat valt er over hem te zeggen dat niet al op tenminste tientallen andere plaatsen al is gezegd of geschreven. Niet veel. Dr. Lonnie Smith is een ware meester op het Hammond B3 orgel en heeft in zijn carrière die al meer dan 50 jaar omspant, jazz vermengd met blues, funk, pop en soul. Als je zijn orgel spel hoort, herken je zonder het te weten de sound en riffs van tientallen platen van hemzelf, van de anderen waarmee hij samenspeelde en vooral van de vele samples die vanaf de jaren ’90 van hem getrokken zijn op hip-hop albums.

Een optreden met zijn Dr. Lonnie Smith Trio belooft daarom bij voorbaat niets minder dan een aangename verrassing. Aangenaam omdat met een staat van dienst als de zijne de kwaliteit van optredens nooit tegen kan vallen. En een verrassing omdat hij juist ondanks die staat van dienst altijd weer de randen weet op te zoeken en dan tóch daar kan uitkomen waar je hem niet verwachtte.

Zo ook deze avond. Natuurlijk zijn we allemaal fan, en vanzelfsprekend smelt iedereen bij de opkomst op het podium van deze ogenschijnlijk zijdezachte persoon. Of het een zorgvuldig gecultiveerd imago is, inclusief wandelstok, beminnelijke glimlach en tulband, is niet eens zo belangrijk. Zijn voorkomen past naadloos op zijn spel en muziek. Op de toon. En zo begint het concert dan ook. Zijn fijne, typisch als Lonnie Smith handelsmerk te herkennen Hammond-klanken vullen de zaal. Het kabbelt, rolt, vloeit. Alles even vanzelfsprekend. Dr. Smith is geen virtuoos, geen kilometervretende killer van akkoordprogressies. Hij laat horen dan minder meer is. Maakt dynamiek niet met méér noten, niet met méér akkoorden. Hij brengt de spanning door weergaloze beheersing van de registers van het Hammond-orgel en samen met zijn medemuzikanten de muziek op te stuwen.

Het zal de ervaring en de leeftijd zijn, de enorme muzikale bagage die iemand onvermijdelijk na een al zo lange carrière meedraagt. Hij durft noten en akkoorden te laten liggen. Laat ze de tijd maar proeven, lijkt hij uit te stralen. Laat de funk en de groove rollen, als constante onderstroom onder alles, de hele avond. En daarin durft hij stil te gaan staan en de muziek het werk te laten doen, hoeft zijn eigen persoonlijkheid, zijn stempel er niet op te drukken, maar weet dat de muziek zijn verhaal vertelt.

Dat gebeurt de hele avond, niet alleen op de eigen nummers, maar ook in covers. Alhoewel de term ‘cover’ er eigenlijk geen recht aan doet. De prachtige uitvoering van Paul Simon’s ’50 Ways to leave your lover’, bijvoorbeeld. Naast de door Joe Dyson vakkundig verstopte (maar nog net te herkennen) drumriff die Steve Gadd daarvoor uitdokterde en die onder de liefhebers nog beroemder werd dan de song uit 1975, was vooral de solo van Jonathan Kreisberg weergaloos. En ook de uitvoering van ‘My favourite things’, de door Julie Andrews gezongen evergreen uit Rodgers en Hammerstein’s musical The Sound of Music’, maakt indruk. Trouw aan het origineel, maar volstrekt oorspronkelijk in de uitvoering, die binnen het idioom van Dr. Smith brengt en zo opwaardeert van een wat nuffig musical-liedje tot krakende en stampende jazz-funk-blues. (Om de componisten van het origineel recht te doen, moet natuurlijk gezegd worden dat dat alleen kan met een song die in essentie die kwaliteit al heeft.)

Nergens voel je als toehoorder echter dat de berg aan ervaring en vertrouwen van Lonnie Smith knagen aan enthousiasme, onbevangen spel en beleving. Vooral door het verrukkelijke samenspel met gitarist Jonathan Kreisberg. Als er dan toch een zwaartepunt moet worden aangegeven, is het wel zijn inbreng. Op zijn semi-akoestische Gibson rijkt hij van de ‘klassieke’ smooth-jazz sound tot keihard meescheuren als Smith alle registers open trekt. Een mooie wisselwerking tussen die twee, die op de ritmes van Joe Dyson de energie in solo’s hoog opstuwt om daarna door het acuut afbreken en oplossen in de soms aan nihilisme grenzende opvatting van het thema weer te landen. Zo adem je als toehoorder mee met de muzikanten.

Een concert van Dr. Lonnie Smith is geen expeditie naar onontgonnen terrein, maar een aangenaam verpozen tussen vrienden. Nooit saai, met een fijne energie van vertrouwdheid en altijd voor herhaling vatbaar. Oh, en als je dan komt, ga dan niet achter in de zaal aan de bar staan kletsen en roepen. Daar hadden naast de geïnteresseerden voorin ook de musici merkbaar last van.

Foto’s (c) Eric van Nieuwland