The Sazerac Swingers – It’s Never Too Late For A Happy Childhood

The Sazerac Swingers  Its Never Too Late For A Happy ChildhoodEn daar zit ie dan, gestoken in een kopie van een 78 toeren-plaat hoes, de nieuwe cd van The Sazerac Swingers: ‘It’s Never Too Late For A Happy Childhood’. Het sobere hoesje, aan flitsend artwork werd toen nog geen aandacht besteed, verwijst naar muziek uit lang vervlogen tijden en dat is precies wat je van deze cd mag verwachten, maar…………..dan wel weer in een modern jasje.

Hun debuut album: ‘Three Guys Named Louis’, waarin de band een eerbetoon bracht aan Louis Armstrong, Louis Jordan en Louis Prima, was een dermate groot succes, dat er na een jaar al met dit album een vervolg op komt.

Op ‘It’s Never Too Late For a Happy Childhood’ gaat men niet alleen door op de ingeslagen weg, maar zelfs enkele stappen verder. Naast ‘traditionals’ als ‘Hello Dolly’ en ‘Tiger Rag’ komt de band ook met een viertal eigen composities die niet onder doen voor het originele, authentieke swing-werk waar New Orleans patent op lijkt te hebben. The Sazerac Swingers hebben zich deze style zo eigen gemaakt dat je zou denken dat The Big Easy de thuishaven van deze band is, maar toch blijken zij ‘gewoon’ uit Duitsland te komen.

Max Oestersötebier-zang en gitaar, Roger Clarke-Johnson-contrabas, Uli Twelker-drums, Christian Altehülshorst-trompet, Tobias Link-trombone en Philip Sauer of David P. Schweikard-saxofoon weten hoe ze met hun aanstekelijke muziek stemming moeten maken en hebben al menig concertzaal dampend achter gelaten. Die stemming hoor je ook op dit album terug, dat met 15 nummers is volgepropt en een totale speelduur van ruim 76 (!) minuten oplevert.

De band heeft voor dit album ook enkele gasten uitgenodigd, zoals: Terrence Ngassa (‘Hello Dolly’, ‘Max The Knife’), Frank Johnny Schütten, Resul Barini en Fredy Omar.

Dat zorgt voor leuke muzikale uitstapjes. Fredy Omar wordt niets voor niets de Latin King Of New Orleans genoemd, zoals hij laat horen op ‘La Vampirita’ en ‘Gum-Bo-Bah’.

De vier eigen songs, waar voornamelijk de heren Oestersötebier en Twelker voor verantwoordelijk waren, verdienen het om even apart genoemd te worden:

De eerste is ‘Alligator In My Garden Shed’, waarop de piano-solo van Frank Johnny Schüten door de viool van Resul Barini afgelost wordt. Erg verrassend is ook de ‘Sazerac Song’ een aanstekelijke Calypso die hangen blijft. Een lekker nummer dat (ook zonder het nuttigen van een Sazerac-cocktail, de traditionele drank van New Orleans en tevens de oudste mix van de Verenigde Staten) je tot meezingen en dansen beweegt. Ook ‘A Jazz Musician’s Life’ en ‘They Call Him Zigaboo’ zijn pakkende eigen composities die je aandacht vast houden.

De solisten ondernemen gelukkig geen recordpoging om een zo hoog mogelijk aantal noten te raken en verliezen de melodie niet uit het oog. Dit draagt er aan bij dat dit album dan ook prettig weg luistert.

‘It’s Never Too Late For A Happy Childhood’ is een prima productie en biedt naast hand-clappin’, finger-snappin’ en voetjes van de vloer swingende jazz uit ‘The Big Easy’ ook variatie met Calypso, Salsa en andere Latin-ritme’s.

Deze cd slaat misschien een brug naar muziekliefhebbers die niet zo ‘into-jazz’ zijn. Een overvolle agenda biedt voorlopig geen gelegenheid om even de grens over te wippen, maar mochten The Sazerac Swingers ook Nederland eens aan doen………………..zeker gaan kijken! (8/10) (Castle Road Records – LC 20093)