Mike Stern Band (Paradox Tilburg, 12-10-2014)

Kopfoto_DSC_5195_DxO

Inmiddels begin ik eraan gewend te raken, maar op momenten als vanavond vraag ik  me toch af hoe de kundige  programmering van Paradox in Tilburg er telkens weer in slaagt zulke namen op  haar kleine, intieme podium te krijgen. Het antwoord laat echter niet lang op zich  wachten toen een van die namen, ruim  een kwartier na de officiële aanvang van  het optreden op zijn dooie gemak langs  me heen liep, daarbij mompelend: “the  food was great!”. Wanneer je zoals Mike Stern al ruim dertig jaar lang albums opneemt, met iedereen die groot is hebt samengewerkt en de hele wereld hebt gezien, is Paradox een absolute verademing: back to the roots, contact met een publiek dat elk detail hoort (en ziet!) en waarvan zowel opkomst als feedback direct en welgemeend is.

Tussen dit voorval en de opkomst van de band neemt Stern nog even rustig de tijd om, gezeten op een houten stoel aan de zijkant van het podium, wat vingeroefeningen te doen op het instrument dat na de diefstal van zijn 50’s Telecaster onlosmakelijk met hem verbonden lijkt. De gitaar, gemaakt door Michael Aronson uit Boston, een vriend van Stern, heeft een Tele-style body met een originele 50’s Fender Broadcaster hals. Terwijl hij hiermee bezig is straalt hij rust uit en geeft hij het publiek vast een voorproefje van zijn karakteristieke brede glimlach.

Even later is het dan zover: de volledige band neemt onder luid applaus zijn posities in en de rustige Stern van daarnet verandert in een man met een missie: vanavond gaan we het horen! En hoe.. Na een wat zoekende opening geeft de gitarist met een paar bliksemsnel opgebouwde notenreeksen aan dat hij één van de grootmeesters op de jazz gitaar is. En daarna zou het alleen maar erger worden.. Het optreden begint met een aantal typische Stern nummers waaronder Out of the Blue van Stern’s laatste album All over the Place uit 2012. Daarna leek het alsof de setlist eigenlijk maar heel kort was, en dat de rest van het optreden “along the way” wel zou komen. Dat deed het ook, want er werd bijna een uur en drie kwartier zonder pauze doorgespeeld. Stern’s hand-over naar wat meer improvisatie werd niet direct opgepikt door zijn band die heel even leek te vervallen in routine (die, op dat niveau, nog steeds garant staat voor ademloos luisterplezier).

De toon die in het begin was gezet moest terug, en hier was het waar drummer Keith Carlock het stokje letterlijk overnam. Van de verwonding die hij eerder opliep tijdens het spelen (jawel, bloed op de snare drum) was niets meer te merken. Carlock’s stijl valt moeilijk in een paar woorden te vatten. Indien je zó veelzijdig bent dat je na o.a. Sting, Steely Dan, John Mayer en Toto met het grootste gemak plaats kunt nemen in de Mike Stern Band, dan ben je wel uit heel bijzonder hout gesneden. Met de onnavolgbare opbouw van zijn crescendo’s speelt hij ronduit opzwepend en snoert de ene helft van het publiek de mond terwijl de andere zijn hoofd schudt vol ongeloof en kreten slaakt. Net als je denkt dat hij uit de bocht gaat vliegen in een van zijn zinderende improvisaties laat de man blijken over een onwaarschijnlijk goede timing te beschikken en kruipt hij met zijn karakteristieke, onderhandse spel weer net zo gemakkelijk terug in zijn zilveren Gretsch kit.

De sympathieke Stern stapt geregeld even opzij om de rest van zijn bandleden te laten opstijgen en daar maakt de ritme sectie gretig gebruik van. Carlock trekt -veelal met zijn ogen gesloten in diepe concentratie- de set uit zijn korte dipje en bassist Chris Minh Doky volgt hem moeiteloos, op dezelfde ingetogen wijze. De Deense Blue Note muzikant bespeelt daarbij zowel de elektrische bas als de bijzondere Yamaha Silent Bass. Het contrast tussen zijn ingetogen één worden met dit instrument en de zwetende en zwoegende Carlock naast hem blijft de hele tweede helft een prachtig schouwspel. Zijn zachte, beheerste spel brengt dat van zijn buurman heerlijk in balans, zonder ook maar enige moment saai te worden.

Tenorsaxofonist Bob Franceschini, het vierde band lid, werkt al sinds 1999 samen met Mike Stern, na onder andere met Miles Davis, Jaco Pastorius en David Sanborn te hebben opgetreden. Met zoveel ervaring weet je precies hoe je achtergrond harmonieën blaast op Stern’s notenlijn, maar ben je zèker ook goed genoeg om een gaatje te horen, een paar stappen naar voren te doen en jezelf in het licht te zetten! Tijdens die korte intermezzo’s maakte hij grote indruk en gaf hij zonder meer zijn visitekaartje af door net als zijn bassende collega perfect te balanceren tussen harmonie en gedurfde improvisatie. Franceschini’s “finest hour” waren echter toch wel zijn solo’s in de Hendrix toegift “Red House” en vooral Stern’s “Tipatina’s” waarbij de New Yorker, op zijn hielen gezeten door een ontketende Carlock liet horen dat ook hij, net zoals zijn collega’s, een virtuoos op zijn instrument is.

Na het optreden verviel Stern weer direct in zijn doe-maar-gewoon rol waarbij hij desgevraagd een plectrum opraapte en dat aan een fan gaf, met zijn armen in de lucht zwaaiend riep dat het bijna kerst was (knipogend naar zijn CD die uiteraard ter plekke te koop was) en tenslotte rustig met eenieder die het maar wilde een praatje maakte. Wanneer vier uitzonderlijk getalenteerde muzikanten een intiem podium als Paradox met zijn gasten honderd minuten achter elkaar in hun houdgreep nemen, elkaar in muzikale superlatieven laten vervallen zonder eenheid te verliezen, ja, dan heb je wat héél bijzonders meegemaakt.